HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← activeren — definition

Conjugation of activeren

Regular CEFR C1
ɑktiˈveːrə(n)

werkzaam maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik activeer
jij / je activeert
hij / zij / het activeert
wij / we activeren
jullie activeren
zij / ze activeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik activeerde
jij / je activeerde
hij / zij / het activeerde
wij / we activeerden
jullie activeerden
zij / ze activeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik activere
jij / je activere
hij / zij / het activere
wij / we activeren
jullie activeren
zij / ze activeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik activeerde
jij / je activeerde
hij / zij / het activeerde
wij / we activeerden
jullie activeerden
zij / ze activeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij activeer
jullie (archaïsch) activeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
activeren
Tegenwoordig deelwoord
activerend
Voltooid deelwoord
geactiveerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary