Conjugation of achtervolgen
/ɑxtərˈvɔlɣə(n)/ergens continu mee bezig zijn in de gedachten Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | achtervolg |
| jij / je | achtervolgt |
| hij / zij / het | achtervolgt |
| wij / we | achtervolgen |
| jullie | achtervolgen |
| zij / ze | achtervolgen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | achtervolgde |
| jij / je | achtervolgde |
| hij / zij / het | achtervolgde |
| wij / we | achtervolgden |
| jullie | achtervolgden |
| zij / ze | achtervolgden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | achtervolge |
| jij / je | achtervolge |
| hij / zij / het | achtervolge |
| wij / we | achtervolgen |
| jullie | achtervolgen |
| zij / ze | achtervolgen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | achtervolgde |
| jij / je | achtervolgde |
| hij / zij / het | achtervolgde |
| wij / we | achtervolgden |
| jullie | achtervolgden |
| zij / ze | achtervolgden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | achtervolg |
| jullie (archaïsch) | achtervolgt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | achtervolgen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | achtervolgend |
Voltooid deelwoord
| — | achtervolgd |