HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← accumuleren — definición

Conjugation of accumuleren

Regular CEFR C1
/ˌɑ.ky.myˈleː.rə(n)/

opstapelen, verzamelen, opeenhopen, ophopen. Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik accumuleer
jij / je accumuleert
hij / zij / het accumuleert
wij / we accumuleren
jullie accumuleren
zij / ze accumuleren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik accumuleerde
jij / je accumuleerde
hij / zij / het accumuleerde
wij / we accumuleerden
jullie accumuleerden
zij / ze accumuleerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik accumulere
jij / je accumulere
hij / zij / het accumulere
wij / we accumuleren
jullie accumuleren
zij / ze accumuleren
Aanvoegende wijs — verleden
ik accumuleerde
jij / je accumuleerde
hij / zij / het accumuleerde
wij / we accumuleerden
jullie accumuleerden
zij / ze accumuleerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij accumuleer
jullie (archaïsch) accumuleert

Onbepaalde vormen

Infinitief
accumuleren
Tegenwoordig deelwoord
accumulerend
Voltooid deelwoord
geaccumuleerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary