HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← aborderen — definition

Conjugation of aborderen

Regular CEFR B2
aː.bɔrˈdeː.rə(n)

to board Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik abordeer
jij / je abordeert
hij / zij / het abordeert
wij / we aborderen
jullie aborderen
zij / ze aborderen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik abordeerde
jij / je abordeerde
hij / zij / het abordeerde
wij / we abordeerden
jullie abordeerden
zij / ze abordeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik abordere
jij / je abordere
hij / zij / het abordere
wij / we aborderen
jullie aborderen
zij / ze aborderen
Aanvoegende wijs — verleden
ik abordeerde
jij / je abordeerde
hij / zij / het abordeerde
wij / we abordeerden
jullie abordeerden
zij / ze abordeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij abordeer
jullie (archaïsch) abordeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
aborderen
Tegenwoordig deelwoord
aborderend
Voltooid deelwoord
geabordeerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary