HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← aanroepen — definition

Conjugation of aanroepen

Regular CEFR C2
ˈaːnrupə(n)

een subprogramma (subroutine) uitvoeren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik aanroep
jij / je aanroept
hij / zij / het aanroept
wij / we aanroepen
jullie aanroepen
zij / ze aanroepen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik aanriep
jij / je aanriep
hij / zij / het aanriep
wij / we aanriepen
jullie aanriepen
zij / ze aanriepen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik aanroepe
jij / je aanroepe
hij / zij / het aanroepe
wij / we aanroepen
jullie aanroepen
zij / ze aanroepen
Aanvoegende wijs — verleden
ik aanriepe
jij / je aanriepe
hij / zij / het aanriepe
wij / we aanriepen
jullie aanriepen
zij / ze aanriepen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij aanroep
jullie (archaïsch) aanroept

Onbepaalde vormen

Infinitief
aanroepen
Tegenwoordig deelwoord
aanroepend
Voltooid deelwoord
aanroepen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary