HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← aanbelangen — definición

Conjugation of aanbelangen

Regular CEFR C1
/ˈambəˌlaŋə(n)/

van belang zijn voor iemand Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik aanbelang
jij / je aanbelangt
hij / zij / het aanbelangt
wij / we aanbelangen
jullie aanbelangen
zij / ze aanbelangen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik aanbelangde
jij / je aanbelangde
hij / zij / het aanbelangde
wij / we aanbelangden
jullie aanbelangden
zij / ze aanbelangden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik aanbelange
jij / je aanbelange
hij / zij / het aanbelange
wij / we aanbelangen
jullie aanbelangen
zij / ze aanbelangen
Aanvoegende wijs — verleden
ik aanbelangde
jij / je aanbelangde
hij / zij / het aanbelangde
wij / we aanbelangden
jullie aanbelangden
zij / ze aanbelangden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij aanbelang
jullie (archaïsch) aanbelangt

Onbepaalde vormen

Infinitief
aanbelangen
Tegenwoordig deelwoord
aanbelangend
Voltooid deelwoord
aanbelangd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary