HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← aaien — definition

Conjugation of aaien

Regular CEFR C2
ˈaːi̯.ə(n)

zachtjes met de hand iets strelen als liefkozing Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik aai
jij / je aait
hij / zij / het aait
wij / we aaien
jullie aaien
zij / ze aaien
Verleden tijd (o.v.t.)
ik aaide
jij / je aaide
hij / zij / het aaide
wij / we aaiden
jullie aaiden
zij / ze aaiden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik aaie
jij / je aaie
hij / zij / het aaie
wij / we aaien
jullie aaien
zij / ze aaien
Aanvoegende wijs — verleden
ik aaide
jij / je aaide
hij / zij / het aaide
wij / we aaiden
jullie aaiden
zij / ze aaiden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij aai
jullie (archaïsch) aait

Onbepaalde vormen

Infinitief
aaien
Tegenwoordig deelwoord
aaiend
Voltooid deelwoord
geaaid

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary