Betekenis van groeide op | Babel Free
/ˌɣrui̯.də ˈɔp/Definities
enkelvoud verleden tijd van opgroeien
form-of
Voorbeelden
“Ik groeide op.”
“Jij groeide op.”
“Hij, zij, het groeide op.”
“Oorlogswinter speelt zich af in het gebied van zijn jeugd, de noordkant van de Veluwe. Terlouw groeide daar als zoon van een predikant op in een zwaar calvinistisch milieu. Hij schetste de bezetting als een tijd van lijden en onrecht, waarin goed en fout niet altijd helder te onderscheiden waren, maar waarin wel morele keuzes moesten worden gemaakt.”
ERK-niveau
B2
Bovengemiddeld
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.
Dit woord behoort tot de ERK B2-woordenschat — niveau bovengemiddeld.