Conjugation of delen
ˈdeːlə(n)het verstrekken van informatie (in de ruime zin van het woord) aan een of meer anderen, of het publiceren ervan, of als het online staat, het attent erop maken en gemakkelijk toegankelijk maken door h Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | deel |
| jij / je | deelt |
| hij / zij / het | deelt |
| wij / we | delen |
| jullie | delen |
| zij / ze | delen |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | deelde |
| jij / je | deelde |
| hij / zij / het | deelde |
| wij / we | deelden |
| jullie | deelden |
| zij / ze | deelden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | dele |
| jij / je | dele |
| hij / zij / het | dele |
| wij / we | delen |
| jullie | delen |
| zij / ze | delen |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | deelde |
| jij / je | deelde |
| hij / zij / het | deelde |
| wij / we | deelden |
| jullie | deelden |
| zij / ze | deelden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | deel |
| jullie (archaïsch) | deelt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | delen |
Tegenwoordig deelwoord
| — | delend |
Voltooid deelwoord
| — | gedeeld |
Practice in context
Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.